
Goochelen
Goochelen is de kunst van het schijnbaar onmogelijke. Het is vanouds een straat- en podiumkunst, waarbij door middel van vlugge hand- en vingerbewegingen een bedrieglijk, vaak optisch effect wordt gecreëerd. De bedoeling is dat het de toeschouwers onduidelijk blijft hoe dat effect, het 'onmogelijke', tot stand komt. Iemand die de kunst van het goochelen beoefent noemt men een goochelaar of illusionist.
In Nederland bestaan ongeveer 25 goochelverenigingen. De overkoepelende organisatie voor Nederlandse goochelaars is de Nederlandse Magische Unie (NMU), die onder meer jaarlijkse goochelcongressen organiseert, waaraan ook veel buitenlanders deelnemen. Tijdens die congressen worden tevens de Nederlandse Kampioenschappen Goochelen gehouden. Ook worden jeugdcongressen georganiseerd, met hun eigen (jeugd)kampioenschappen.
De NMU is de opvolger van de NBG (Nederlandse Bond van Goochelaars) die kort na de Tweede Wereldoorlog was opgericht door onder meer Henk Vermeyden. Voor die tijd bestond er geen organisatie voor goochelaars in Nederland. Men ging toen naar Duitsland en andere landen voor nieuwe inspiratie en nieuw materiaal. Maar sinds de NBG zijn de ontwikkelingen hard gegaan. Al in 1950 won Fred Kaps zijn eerste wereldtitel, bij het FISM-congres in Barcelona, later gevolgd door nog twee wereldtitels (1955 en 1961). Richard Ross won twee keer (1970 en 1973). Eén keer wonnen Tonny van Dommelen (1958), Ger Copper (1979) en Harry Thiery (1967) een wereldtitel. De laatst bejubelde Nederlandse goochel-wereldkampioenen (2000) waren Scott Magician & Muriel, met een combinatie van goochelillusies, slapstick-comedy en 'physical comedy'. In 2003 vond het driejaarlijkse FISM-congres plaats in Den Haag. Het laatste congres was in juli 2009 in Beijing.




















